Toccatississimo & Hyperfugue
Commissioned by Stichting Huygens-Fokker
Toccatississimo & Hyperfugue is een tweeluik voor speler/computer en computer. Terwijl het tweede deel bij elke uitvoering hetzelfde is (zou moeten zijn, de premiere verliep niet zoals gepland) is het eerste deel, Toccatississimo, veel onvoorspelbaarder van aard. De speler wisselt steeds twee akkoorden met elkaar af waarbij de akkoorden steeds vrije keuzes zijn uit een patroon van vingerzettingen. Doordat steeds één vinger blijft staan 'lopen' de akkoorden over het manuaal volgens grafisch aangegeven paden. Helaas krijgen we niet alle akkoorden te horen, de computer controleert de registers en laat steeds mondjesmaat wat klanken door.
De basis van Hyperfugue is een zelf-genererende reeks waarbij een element de som is van de voorgaande drie intervallen. Deze reeks is recursief: na 331 elementen herhaalt hij zich. Omdat het voor het Fokker orgel is geschreven en er dus 31 tonen in een octaaf zitten wordt er, indien de som boven de 31 komt, 31 vanaf getrokken (modulo 31). De lengte van elke noot is de waarde van het interval met de volgende noot, in achtsten, bij een tempo van kwart = 555.
Van deze sliert van noten wordt een cluster gemaakt van 12 lagen waarbij elke lijn één vijfde toon hoger is. Elke laag begint iets later maar is iets gecomprimeerd dus eindigt ook eerder. De verhoudingen zijn 458:457:456:455:454:453:452:451:450:449:448:447. Van deze cluster-sliert is vervolgens een viervoudige canon gemaakt.
Deze dikke worst van noten is vervolgens verticaal op diverse plekken doormidden gesneden waarbij de registers wisselen of alle noten kort worden gehouden.